Interpretatie kleuren

  De waarden zijn normaal.

  De waarden zijn boven de normale waarden.  Personen met gevoelige luchtwegen kunnen hinder ondervinden.

  De waarden hebben de maximumdrempel bereikt.  De bevolking zal worden ingelicht via de media en mogelijke maatregelen zullen worden genomen.

 

De gegevens zijn gebaseerd op de metingen van de Vlaamse Milieu Maatschappij

 

Weerstation Mechelen biedt ook een gratis programma aan dat de gegevens van de Vlaamse Milieu Maatschappij uitleest en vervolgens een waarschuwing geeft bij te hoge waarden.

 

Een woordje uitleg over...

 

Fijn stof

Fijn stof in de atmosfeer is een van de grootste gevaren voor onze gezondheid. Het veroorzaakt of verergert acute luchtwegenaandoeningen. Het is ook een belangrijke oorzaak van chronische luchtwegenaandoeningen en tast op lange termijn de longfunctie aan. Sommige studies tonen bovendien een verminderde levensverwachting aan. Ten slotte is zwarte rook - een vorm van fijn stof - ook schadelijk voor het milieu.

Fijn stof

Fijn of zwevend stof is een mengsel van vloeibare of vaste stofdeeltjes met een sterk uiteenlopende samenstelling en afmeting. Een gas met stofdeeltjes heet een aėrosol, zwarte rook is fijn stof van roetdeeltjes.

Aėrosol

Een aėrosol is een gas dat vermengd is met stofdeeltjes. Natuurlijk aėrosol is van natuurlijke oorsprong en antropogeen aėrosol komt voort uit menselijke activiteiten. aėrosolen zijn primair of secundair.

Deeltjes - groot en klein Stofdeeltjes worden ingedeeld in fracties naargelang hun grootte. Die wordt uitgedrukt in micron of μm en meet de maximale aėrodynamische diameter (a.d.) van een bolvormig deeltje dat zich in de lucht voortbeweegt als een stofdeeltje. Een fractie bevat bijvoorbeeld alle stofdeeltjes met een a.d. kleiner dan 10 micron. PM staat daarbij voor particulate matter.

Deeltjes die groter zijn dan PM2.5 worden vooral mechanisch gevormd. Ze geraken in de lucht door de wind, maar ook door menselijke activiteiten zoals verkeer of de opslag en verplaatsing van bulkgoederen. Deeltjes die kleiner zijn dan PM2.5 ontstaan in de eerste plaats door condensatie van verbrandingsproducten of door secundair aėrosol.

De grootte van het deeltje bepaalt overigens ook zijn gedrag in de lucht. De a.d. van een deeltje is dus meteen een indicatie van zijn gedrag.

Hoeveel stofdeeltjes hangen er in Vlaanderen »

Stof bedreigt gezondheid

Fijn stof is heel gevaarlijk voor onze gezondheid - zowel op korte als op lange termijn.

Kortetermijneffect

Grootschalige gezondheidsstudies uit Noord-Amerika en Europa leggen een verband tussen korte periodes van luchtvervuiling (24 uur) en gezondheidseffecten op korte termijn. Het aantal luchtwegenklachten stijgt en leidt tot meer spoedopnamen. Luchtwegeninfecties en astma worden erger, mensen hoesten meer en het gebruik van geneesmiddelen die de luchtwegen verwijden neemt toe. Heel wat studies verbinden acute blootstelling aan fijn stof van PMM10 en PM2.5 ook met vervroegd overlijden. Dat is vooral het geval bij ouderen met hart- en longproblemen. Bij kinderen vermindert fijn stof de longfunctie bij TSP-concentraties boven de 180 μg/m3 of wanneer er meer dan 110 μg/m3 inadembare deeltjes (PM10) zijn.

Langetermijneffect

Fijn stof is ook op langere termijn ongezond. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) meldt een verminderde longfunctie en een stijgend aantal chronische luchtwegenaandoeningen, zoals bronchitis en emfyseemastma. Het WGO en andere onderzoeksinstellingen schatten dat de levensduur met één tot drie jaar verkort. De MIRA-T 2002-studie berekende voor Vlaanderen een verlies van een kwart tot een derde levensjaar. Die studie ging uit van een levenslange blootstelling aan de huidige PM10-concentraties.

 

Ozon (O3)

Hoge ozonconcentraties zijn ongezond, in het bijzonder voor ozongevoelige individuen zoals kinderen, bejaarden en mensen die last hebben van hun luchtwegen. Mogelijke klachten zijn kortademigheid, irritatie, benauwdheid en duizeligheid. Ook planten lijden onder een teveel aan ozon. Ze sterven vroegtijdig af brengen minder op. Ozon veroorzaakt ook verwering van kunststoffen en metalen, en draagt bij tot het broeikaseffect.

Oxidatie

Ozon ontstaat wanneer stikstofoxiden (NOx) en Vluchtige Organische Stoffen (VOS) onder bepaalde omstandigheden met elkaar reageren. Die komen vooral door het verkeer en de industrie in de lucht terecht. Toch bestaat er geen rechtstreeks verband tussen hun uitstoot en de ozonvorming.

Het ozonmolecule is een verzameling van drie zuurstofatomen, terwijl een gewoon zuurstofmolecule er maar twee heeft. Ozon bindt zich vlot aan het zuurstofmolecule zodat de mens het gemakkelijk inademt.

Ozon en de mens

Ozon veroorzaakt gezondheidsklachten bij de mens, o.a. ademhalingsklachten. De andere stoffen in de ‘zomersmogcocktail' leiden tot prikkende ogen, hoestbuien en irritatie van de slijmvliezen. Daarom stuurt de Vlaamse overheid tijdens ozonpieken een waarschuwing uit. Drie factoren bepalen de ernst van de klacht: ozonconcentratie, individuele gevoeligheid en geleverde inspanning.

Ozonconcentratie

Hoe meer ozon in de lucht, hoe meer mensen klachten vertonen. Én hoe ernstiger de klachten zijn. Het is onmogelijk om precies te zeggen bij welke concentratie welke klacht opduikt. Naargelang de reactie spreken we van een milde, matige en ernstige respons. Ozon breekt gemakkelijk af wanneer het molecule ergens tegenaan botst. In huis zijn de ozonconcentraties dan ook altijd lager dan buiten.

Individuele gevoeligheid

Personen met aandoeningen van de luchtwegen ervaren sneller moeilijkheden. Ook kinderen zijn gevoeliger aan ozon. Bovendien reageert zo'n tien procent van de bevolking veel heviger op ozon, zonder duidelijke reden. Zij heten dan ook ‘responders'.

Geleverde inspanningen

Levert u een zware inspanning in de buitenlucht? Dan heeft de ozon meer effect op u. Logisch. Door de inspanning versnelt uw ademhaling en stroomt er meer lucht door uw longen - en meer ozon. Gevolg: de kans op problemen neemt toe. Vandaar ook de raad om bij ozonpieken geen zware inspanningen te doen.

Meer ozon, zwaardere klachten

180-240 µg/m³: milde respons

240-360 µg/m³: matige respons

Meer dan 360 µg/m³: ernstige respons

Ozon en de gewassen

Verhoogde ozonconcentraties zijn slecht voor planten en gewassen. Die kunnen vroegtijdig afsterven en afrijpen, of te snel hun bladeren verliezen. Gewassen groeien hierdoor trager en brengen minder op.

Gevaar bij grote vochtigheid

Vóór ozon de plant kan beschadigen, moet het eerst binnendringen via de huidmondjes op de bladeren. Maar bij droogte sluit de plant die mondjes, om geen water te verliezen. Gevolg: de ozon geraakt niet binnen. In heel warme en droge periodes brengt ozon zo relatief weinig schade toe aan planten. Zit er veel water rond de wortels en stijgt de luchtvochtigheid? Dan gaan de huidmondjes wél open en glipt het ozongas mee binnen. Dat maakt serreplanten extra gevoelig voor ozonaantasting.

Minder groei en opbrengst

Ozon tast de celmembranen aan. Ze lekken en sterven af. Het gas kan ook "oxidatieve" stress veroorzaken in de plantencellen, die heel wat normale processen verstoort. Soms manifesteert de ozonaanval zich acuut door spikkels op het blad. Dan weer blijft ze onzichtbaar en worden er cellen aangetast zonder dat die afsterven. In dat geval moet de plant zichzelf helen. Dat kost heel wat energie, die hij haalt uit de reserveorganen. Het gevolg: tragere groei en lagere opbrengst.

Vroegtijdig afsterven

Krijgt de plant last van oxidatieve stress? Dan produceert hij antioxidanten die het teveel aan zuurstof te lijf gaan: vitamine C voor de buitenkant en vitamine E voor de binnenkant van de cellen. Hij start ook de productie van etheen, een plantenhormoon. Dat verstoort de normale celprocessen, waardoor gewassen te vroeg kunnen afsterven of afrijpen, of te snel hun bladeren verliezen.

Naast het effect op mensen, dieren en planten doet ozon ook nog eens kunststoffen verweren. Het heeft in de troposfeer bovendien invloed op het broeikaseffect.

 

Stikstofoxiden

Mensen met ademhalingsproblemen en kleine kinderen zijn extra gevoelig voor stikstofoxiden. Ze gaan moeilijker ademen en worden vatbaarder voor infecties. Stikstofoxiden spelen ook een belangrijke rol in smog, milieuverzuring en ozonvorming. En dat is dan weer geen goed nieuws voor de duurzaamheid van gebouwen en materialen. De grootste boosdoener? Het wegverkeer dat deze schadelijke gassen de lucht inblaast. Toch is dat ook goed nieuws: zo kunt ś meehelpen aan de bestrijding ervan.

Stikstof en zuurstof

Wanneer zuurstof zich bindt aan stikstof, vormen zich nieuwe gassen: de stikstofoxiden. De bekendste zijn stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Voor het gemak krijgen ze soms samen de groepsnaam NOx. Nochtans verschillen ze sterk van elkaar. NO is een kleur-, reuk- en smaakloos gas dat weinig giftig is. NO2 is dat wél. Bovendien kleurt dat bruinrood, ruikt het slecht en irriteert het. Beide gassen zetten zich in de atmosfeer gemakkelijk in elkaar om. Door zonlicht of ozon ontstaat uit NO op die manier gemakkelijk NO2.

Wegverkeer en industrie

Stikstof oxideert alleen bij hoge verbrandingstemperaturen - zoals in de motoren van voertuigen. Geen wonder dat in Vlaanderen het wegverkeer de grootste uitstoot van stikstofoxiden (NOx) produceert: liefst 47% van de totale uitstoot in 2004 is te wijten aan wegverkeer. Bijna even vervuilend (39%) is de elektriciteitsproductie plus de industrie (waaronder de raffinaderijen). Toch is de totale NOx-emissie in Vlaanderen in 2004 met 21% gedaald t.o.v. 1990.

Moeilijk ademhalen

NO2 bemoeilijkt de ademhaling. Mogelijke problemen zijn een slechtere longfunctie en symptomatische reacties, acute ademhalingsziekte, beschadiging van het longweefsel (bij hoge blootstelling) en hogere gevoeligheid voor infecties.

Nadelige effecten van vooral NO2 bij de mens treden op bij kortdurende blootstelling aan hoge concentraties of bij chronische blootstelling aan lagere niveaus.

Ecosystemen

Planten kunnen stikstofoxiden opnemen en omzetten tot nitriet of nitraat. Deze kunnen gereduceerd worden tot ammonium, dat op zijn beurt kan ingebouwd worden in organische componenten. Die kunnen de vegetatie nadelig beļnvloeden.

Milieuverzuring en smog

De stikstofoxiden spelen een belangrijke rol in de milieuverzuring en de fotochemische smogvorming. Ze zijn onder andere de voorlopers van ozon, ammoniak en andere fotochemische stoffen zoals PAN (peroxy-acetylnitraat). Net zoals SO2 kunnen NO2 en NO over grote afstanden reizen. Hun nadelige effecten strekken zich dan ook uit tot in verafgelegen gebieden.

Materialen verweren

Ook materialen kunnen onderhevig zijn aan de invloed van stikstofoxiden. Kleurstoffen, plastics en elastomeren, metalen en gebouwen verweren er sneller door. Toch zijn heel wat stoffen hier samen verantwoordelijk voor (synergetisch effect). Het is daarom vaak moeilijk om uit te maken welk effect toe te wijzen is aan welke stof. De rol van stikstofoxiden is in ieder geval minder belangrijk dan die van andere luchtverontreinigende stoffen. Het effect van SO2 op de verwering van kalksteen, of dat van ozon op de verwering van kleurstoffen, plastics of elastomeren, is in ieder geval groter dan het effect van de stikstofoxiden.

 

Zwaveldioxiden

Zwaveloxiden veroorzaken ademhalingsmoeilijkheden bij astmapatiėnten en chronische longpatiėnten. Bij kinderen zouden ze zelfs een deel van de longfunctie onomkeerbaar aantasten en het sterftecijfer opdrijven. Maar ook milieu en gebouwen kreunen onder de SO2-aanvallen. De grootste boosdoeners zijn de industrie en elektriciteitscentrales.

Zwaveldioxide

Zwaveldioxide (SO2) is een kleurloos, wateroplosbaar en zuur gas.
Het heeft een irriterende geur en dito smaak vanaf concentraties van 1000 µg/m3.

Brandstoffen en industrie

Het overgrote deel van de uitgestoten zwaveldioxide is afkomstig van de verbranding van klassieke brandstoffen zoals kolen en aardolie. Industrie, raffinaderijen en elektriciteitscentrales waren in 2004 samen verantwoordelijk voor liefst 80% van de SO2-uitstoot. De overige 20% komt voort uit verwarming van gebouwen, (13%) land- en tuinbouw (6%) en - in heel beperkte mate - het wegverkeer (1%).

Ademhalingsproblemen en sterfterisico

SO2 irriteert de luchtwegen en bemoeilijkt de ademhaling - vooral bij patiėnten met astma of chronische longziekten. Astmapatiėnten lopen een groter gevaar voor schadelijke effecten tijdens periodes met sterkere luchtvervuiling.

SO2 wordt opgenomen door het neusslijmvlies en de bovenste luchtwegen. Het kan ook neerslaan als een sulfaataėrosol. Heel hoge concentraties (> 10.000 µg/m³) kunnen de werking van de bronchiėn acuut aantasten.

Kinderen zijn extra kwetsbaar voor SO2. Wetenschappelijk onderzoek in grote bevolkingsgroepen toonde aan dat een klein, maar mogelijk onomkeerbaar, verlies van longfunctie kan optreden vanaf 250-450 µg/m³ (blootstelling gedurende […] en een hoger sterfterisico vanaf 500-1000 µg/m³ (blootstelling gedurende […].

Planten kwijnen weg

SO2 brengt schade toe aan planten, omdat die het gas rechtstreeks opnemen via de huidmondjes. Bovendien speelt zwaveldioxide een grote rol in de verzuring van het leefmilieu.

Gebouwen verpulveren

Zwaveldioxide heeft ook een groot aandeel in de aantasting van metaal en steen. Hierbij is zowel de mate waarin een steensoort water doorlaat, als het weer belangrijk. Denk maar aan de vochtigheidsgraad, temperatuurschommelingen en cycli van vorst en dooi.

De erosie van historische gebouwen is het meest opvallende voorbeeld van de vernietigende kracht van SO2. Of ze al dan niet standhouden, hangt af van het bouwmateriaal. In Vlaanderen zijn veel historische gebouwen helemaal of grotendeels opgetrokken uit Balegemse of Govertingse steen. Bij restauratie wordt vooral Massengis-kalksteen gebruikt. Het belangrijkste mineraal is calciet (CaCO3) dat door SO2 en water omgezet wordt in gips en koolstofdioxide: CaCO3 + SO2 + 2H2O = CaSO4.2H2O + CO2

Het oppervlak van de meeste Vlaamse historische gebouwen is bedekt met een gipslaagje van een halve millimeter dik. Aan de kanten die de regen trotseren (de west- en zuidkant), lost het gips op in het regenwater. Zo bevat elke liter regenwater die van de Mechelse Sint-Romboutstoren stroomt, onderaan 2 gram gips! Het bouwwerk wordt zo elk jaar tien ton lichter en de muren worden 20 micrometer dunner. De oost- en zuidkant vangen minder regen. Daar kan het gips meer water en roet absorberen. De steen slaat er zwart uit en bevat er meer water. Wanneer het wintert, zet het water uit doordat het bevriest. Hierdoor komt de kalksteen onder spanning en verpulvert of verbrokkelt hij uiteindelijk.

Klimaat koelt af

Aėrosolen van sulfaat koelen de aarde mee af, omdat ze bij helder weer het zonlicht verstrooien. Tegelijk zijn het ook de kiemen waarrond zich waterdruppels vormen en waardoor wolken tot stand komen.

 

 

© Koen De Vuyst