
Bevriezing door natte
weggedeelten
Als we gladheid door hagel, sneeuw of door uit bomen neerdwarrelend rijp buiten
beschouwing laten, dan wordt het in ons land daarnaast het vaakst glad doordat
water op de weg bevriest. Dit heet simpelweg ‘bevriezing door natte
weggedeelten’ en op zich is dat een goede term. Het meest berucht is nachtelijke
regenbui bij temperaturen boven nul, waarna er een brede opklaring volgt en door
uitstraling het kwik aan de grond beneden nul komt en het water bevriest. Dat
proces kan al snel optreden.
In sommige berichten wordt regen die bevriest zodra het na de bui opklaart
‘ijzel’ genoemd, maar dat is een onjuiste term voor dit verschijnsel. Want wat
is ijzel feitelijk?
IJzel
Echte ijzel is regen, die valt door een luchtlaag waarin de temperatuur beneden
het vriespunt ligt, waarbij de druppeltjes ook afkoelen tot onder het vriespunt,
maar nog niet zijn bevroren. Dit noemen we ‘onderkoelde regen’ een neerslagvorm
die in ons land maar zelden voorkomt. Zodra zo’n druppeltje in contact komt met
een koud voorwerp, bevriest het onmiddellijk. Bij onderkoelde regen zal zich dus
overal een dikke ijskorst op kunnen vastzetten, zonder dat zich ijspegels vormen
(alleen bij lampen die warmte afgeven zal dat gebeuren, maar bijvoorbeeld
vrijwel niet langs prikkeldraad).

Vaker komt de ijzelvorm voor dat het
regent, maar de druppeltjes nog niet onderkoeld zijn. Bij de grond aangekomen
duurt het daarom eventjes tot ze bevriezen. Het resultaat is dat er relatief wat
minder ijs op voorwerpen komt te zitten, omdat een deel van het regenwater er
nog in slaagt er vanaf te druppelen. In dit geval zullen er overal fraaie
ijspegels ontstaan, ook bijvoorbeeld langs prikkeldraad. Het eindresultaat zal
in ieder geval hetzelfde zijn. Er vormt zich een ijskorst op trottoirs en wegen
en het is spiegelglad. Belangrijk in deze is dat de regen in korte tijd, binnen
enkele minuten bevriest. Als de weg koud is en de luchttemperatuur onder nul,
zal dat ook vaak zo snel gebeuren.
In sommige berichten wordt er ook over ijzel gesproken in het geval van de
regenbui en de opklaring daarna, zoals hierboven is aangestipt. Dit is echter
bevriezing van natte weggedeelten. Eventuele gladheid zal in dat geval veel
plaatselijker optreden, maar daarom des te verradelijker zijn.
Aanvriezende mist
Een kreet die steevast in de weerberichten opduikt zodra het tot mist komt, bij
temperaturen onder nul. Het is ook de meest misbruikte kreet, want als de vorst
invalt en voortduurt, zal het bijna nooit tot aanvriezende mist komen. Zet in
een vochtige ruimte en koud glas limonade neer en een glas lauwe thee. Op het
limonadeglas zal zich zeer snel condens vormen, maar op het glas met thee
gebeurt dat niet. Om dezelfde reden zal aan het begin van een vorstperiode mist
nooit op de weg kunnen aanvriezen, omdat die weg een hogere temperatuur heeft
dan de omringende lucht. Voor die koude mistdruppeltjes zal het wegdek dus
lijken op dat glas lauwe thee en ze zullen zich daar niet op afzetten.
Anders wordt het verhaal als na een flinke vorstperiode de dooi invalt, maar het
wegdek nog een temperatuur van onder nul bezit. Als er nu mist ontstaat (en dat
gebeurt vaak, de zogenaamde ‘dooimist’), dan is de weg opeens als dat koude
limonadeglas geworden en is er wél sprake van ‘aanvriezende mist.’
Opvriezing
Aan het eind van een vorstperiode duikt de term ‘opvriezing’ nog al eens op. Als
de luchttemperatuur boven nul is en blijft, maar de vorst nog in de grond zit,
dan kunnen wegdelen tijdens nachtelijke opklaringen wit uitslaan van de rijp.
Opnieuw gaat dan de vergelijking met het koude limonadeglas op. ‘De kou trekt
uit de grond’ zegt men dan ook wel eens. Dat is trouwens een betere kreet dan de
term ‘opvriezing’, want daarmee wordt het verschijnsel bedoeld dat de bevroren
grond uitzet, omdat het grondwater bevriest. Omdat ijs een groter volume inneemt
dan water, komt de grond dan ook letterlijk omhoog. Tuintegels kunnen dan ook
opeens los gaan zitten en in een extreem geval kan ook een wegdek beschadigd
raken.
© Koen De Vuyst