Handleiding en verklaringen
PC-Weerstation Mechelen

 

 

Warmte-index: De warmte-index is een getal dat aangeeft hoe een mens gemiddeld een temperatuur in combinatie met een bepaalde vochtigheidsgraad beleeft, hoe hij of zij dit aanvoelt. Het is een beetje te vergelijken met de Windchill die de gevoeltemperatuur aangeeft uit een combinatie van de luchttemperatuur en heersende windsnelheid. Bij de warmte-index of zoals de Amerikanen het de Heat-Index noemen wordt met een ingewikkelde formule die gevoelstemperatuur berekend. Een hoge luchtvochtigheid (vochtige lucht) maakt het snel benauwd of broeierig en bij een temperatuur hoger dan ca. 20 graden voelt dat al snel onplezierig aan. Bij 30 graden voelt de warmte immers bij een droge lucht (lage vochtigheidsgraad) beter aan dan bij vochtige lucht.

Gevoelstemperatuur: Gedurende koude en winderige winterdagen is het niet de actuele luchttemperatuur wat het direct koud maakt, maar de zogenaamde gevoelstemperatuur of windchill. Deze waarde is niet een temperatuur zoals weerkundigen deze m.b.v. een thermometer meten, maar een maat voor de hoeveelheid aan warmte die delen van blote huid verliezen. De windchill is afhankelijk van de temperatuur en de windsnelheid (liefst gemiddeld). Hoe sneller lucht (de wind) over onze huid stroomt, hoe sneller de warmte hiervan zal worden afgevoerd. Wij ervaren dit als het sneller koud krijgen, aangezien de oppervlakte van de blootgestelde huid hierdoor sneller afkoelt.

Balk warmte-index en gevoelstemperatuur: Aangezien de gevoelstemperatuur enkel van toepassing is bij temperaturen onder de 8 °C en de warmte-index bij temperaturen boven de 20 °C wordt deze balk gebruikt om beide waarden weer te geven.  Ligt de temperatuur tussen deze 2 waarden dan wordt er weergegeven dat de balk momenteel niet wordt gebruikt.

Warmteverlies: Geeft het gevaar aan dat blootstelling aan koude oplevert.  Bij een warmteverlies van meer dan 2400 W/m² kan de blootgestelde huid binnen 30 seconden bevriezen.

Dauwpunt: Lucht kan bij een bepaalde temperatuur slechts een bepaalde hoeveelheid water (waterdamp) dragen die toeneemt of afneemt naargelang de temperatuur. Als de luchttemperatuur daalt tot onder het dauwpunt (verzadigingspunt) condenseert het teveel aan waterdamp en neemt de vorm aan van dauw, mist of regen. Bij een temperatuur van 13.4 °C en een relatieve vochtigheid van 89% zal het dauwpunt 11.6 °C zijn (zie formules). Bij een dauwpunt onder nul wordt de neerslag hagel of sneeuw.

Bodemtemperatuur: Deze wordt gemeten op een diepte van 10 en 30 cm d.m.v. een sensor die is ingegraven.

Vochtigheid: Lucht kan slechts een beperkte hoeveelheid vocht bevatten en die hoeveelheid hangt af van de temperatuur. De relatieve vochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bij de heersende temperatuur bevat, dus hoe vochtig het is. Een waarde van 100% wijst op een maximale hoeveelheid waterdamp: de lucht is dan verzadigd. Bij een relatieve vochtigheid van 50% bevat de lucht bij de heersende temperatuur de helft van de maximaal mogelijke hoeveelheid waterdamp.  Hoe warmer de lucht, hoe meer vocht deze kan bevatten.  Hierdoor is de relatieve luchtvochtigheid tijdens koude dagen in huis zeer laag omdat de koude lucht die van buiten komt reeds weinig vocht bevat.

Absolute vochtigheid: Geeft aan hoeveel gram vocht de lucht bevat per kubieke meter.

Vochtigheid bodem: Wordt in tegenstelling tot de relatieve luchtvochtigheid uitgedrukt in centibar.  Deze varieert tussen 0 en 200 cb.  Hoe lager de waarde, hoe vochtiger de grond.  De sensoren zijn ingegraven op een diepte van respectievelijk 10 en 30 cm.

Smiley: Deze is enkel zichtbaar wanneer dit van toepassing is en geeft weer of de luchtvochtigheid een al dan niet comfortabele waarde heeft.

Vochtigheidsindicator: Geeft de verzadiging van de bodem weer.  De kleurencode is als volgt: blauw: de bodem is verzadigd, groen: de bodemvochtigheid is optimaal voor een goede plantengroei, geel: besproeien van de bodem is gewenst, rood: de bodem is droog.  Hierin kan praktisch geen plantengroei plaatsvinden.

Luchtdruk: De luchtdruk is de druk die het gewicht van de lucht in de atmosfeer op een oppervlak uitoefent. In de weerberichten wordt de luchtdruk opgegeven in hectopascal (hPa), wat gelijk is aan millibar, de oude eenheid voor de luchtdruk.

Alarmmeldingen: De pijltjes rechts van de huidige luchtdruk geven aan of deze stijgend, stabiel of dalend is.  Wanneer er een snelle daling wordt waargenomen binnen een bepaalde tijd, geeft het programma een waarschuwing weer voor een mogelijk naderende storm.

Windkracht: Deze schaal varieert tussen 0 en 12 Beaufort.  Voor een meer gedetailleerde uitleg kan je terecht op deze pagina.

Gemiddelde windsnelheid: Is de gemiddelde windsnelheid tijdens de laatste 60 minuten.  De tendensindicator geeft weer of de gemiddelde windsnelheid al dan niet toeneemt, afneemt is stabiel is.

Alarmmeldingen: Indien de windkracht hoge waarden bereikt zal de tekst en de achtergrond van kleur veranderen om hier de aandacht op te vestigen. 

Zonnestraling: De intensiteit van het zonlicht dat de aarde bereikt varieert met de tijd (per dag en per jaar), de plaats en de weersomstandigheden.  De totale hoeveelheid energie per dag of per jaar wordt de instraling genoemd en is een maat voor de sterkte van het zonlicht.  Instraling wordt uitgedrukt in Wattuur per vierkante meter (Wh/m²) per dag of bijvoorbeeld in kilowattuur per vierkante meter (kWh/m²) per dag.

Om de berekeningen met instralingsgegevens te vergemakkelijken wordt de hoeveelheid zonne-energie uitgedrukt in uur-equivalenten van volle zoninstraling.  De volle zon komt overeen met een vermogen van ca. 1000 W/m².  Dit betekent dat een uur vol zonlicht overeenkomt met een hoeveelheid energie van ca. 1 kWh/m².
  Een zonnecel zal bij een vermogen van 1000 W/m² zijn volledige capaciteit geven.
 

UV-index: De kracht van de UV-straling wordt uitgedrukt in de UV-index. Deze kan lopen van 0 t/m 15.  De zonkracht kan hoger zijn dan we verwachten als we afgaan op het weer.  Wolken en wind houden die straling namelijk niet altijd tegen.  De UV-straling is er in twee soorten, namelijk de UV-A en UV-B.  Deze bereiken beiden de aarde. Beide stralingen zorgen ervoor dat de huid verkleurt. UV-A is verantwoordelijk voor de huidveroudering. UV-B zorgt voor de aanmaak van vitamine-D wat goed is voor de opbouw van je botten. Ook zorgt deze straling ervoor dat je huid dikker word, wat natuurlijke bescherming biedt tegen de zon. Het nadeel van UV-B is echter dat je sneller verbrandt.

Verbranden:  Bovenaan kan je zien hoe lang iemand met een bepaalde huidtype  zonder bescherming van een zonnecréme of dergelijke in de zon kan blijven zonder te verbranden.  Wanneer de UV-index lager is dan 1 wordt deze tekst niet weergegeven.  Uw huidtype kan worden ingesteld in het menu onder "Opties", "Huidtype instellingen".

Neerslag: Wordt uitgedrukt in mm wat gelijk staat aan l/m².

Evapotranspiratie: Onder evapotranspiratie wordt verstaan de som van de gewasverdamping (transpiratie) en de bodemverdamping (evaporatie).  In principe is dit het omgekeerde van neerslag en wordt daarom ook in mm uitgedrukt.

Trechter: Is een visuele voorstelling van de gevallen neerslag.  Deze heeft een automatische schaal tussen 10 en 40 mm.  De kleur wordt donkerder naarmate de schaal verandert.

Paraplu:  Een knipperende paraplu geeft aan dat er het afgelopen uur neerslag is gevallen.

Bliksemdetectie: Geeft het aantal ontladingen weer die zijn gemeten in een straal van 600 km rond Mechelen.  Door in dit venster te klikken wordt de pagina van de real-time bliksemdetectie geopend.

Bliksemactiviteit: Geeft de toestand van de bliksemactiviteit weer.

In dit venster worden de efemeriden weergegeven van de huidige dag alsook de eventuele waarschuwingen die op dat moment van kracht zijn.  Ook het aantal uur daglicht, uur zonneschijn van de huidige dag en het tijdstip van de maximum hoogte van de zon worden hier weergegeven.
Dit icoon geeft de huidige maanstand weer, samen met de zichtbaarheid van de maan, uitgedrukt in percent.  Bij volle en nieuwe maan wordt dit nog eens extra aangegeven.  Ook de leeftijd van de maan wordt onderaan in dagen weergegeven.
De windroos geeft de meest dominante windrichting weer van het afgelopen uur.
Hier wordt het actuele weerbeeld te Mechelen weergegeven, samen met de wolkhoogte.

 

Toon icoon bliksemactiviteit in tray: Hierdoor is het mogelijk aan de hand van een gekleurd vierkantje in de takenbalk de toestand van de bliksemactiviteit te zien.  Deze gaat van groen naar rood naargelang de intensiteit.

Gebruik wit icoon in takenbalk voor normale temperatuur:  Standaard wordt de temperatuur in de takenbalk in het zwart weergegeven.  Bij bepaalde thema's waarbij de achtergrond van de takenbalk donker is  (o.a. het Windows Vista thema met glass-effect) kan het wenselijk zijn het icoon in het wit weer te geven om de leesbaarheid optimaal te houden.

Alarminstellingen: Opent het venster met alarminstellingen (zie tabel hieronder)

Huidtype instellingen:  Deze instelling beïnvloedt de tijd waaraan de huid mag worden blootgesteld aan de zon zonder dat deze risico loopt te verbranden (weergegeven in de oranje balk boven "Zonnestraling" en "UV-index" bij en UV-index vanaf 1).  Kies de juiste overeenkomst met uw huid om een correcte weergave van deze tijd te verkrijgen.

Ik gebruik een inbelverbinding: Deze optie dient aangevinkt te worden indien de connectie met het internet tot stand wordt gebracht door een modem via een telefoonlijn of dergelijke waardoor het niet altijd mogelijk is de gegevens op te vragen wanneer de modem geen verbinding met het internet heeft.

Minimaliseer bij opstarten: Hierdoor wordt het programma bij het starten onmiddellijk verkleind naar de takenbalk.

Automatisch opstarten met Windows: Is deze optie aangevinkt dan zal het programma automatisch worden geladen wanneer Windows wordt gestart.

Controleer nu op een nieuwe versie: Het programma controleert of er een nieuwe versie beschikbaar is wanneer het wordt gestart.  Draait het programma ononderbroken dan kan men door hier op te klikken op elk gewenst ogenblik kijken of er reeds een nieuwe versie beschikbaar is.

 

Alarminstellingen:  In dit venster kan elk alarm individueel worden ingesteld.  De waarde voor het geven van de waarschuwing kan worden veranderd door middel van de pijltjes.  Door op de knop "Activeer" te klikken kan het alarm op actief of non-actief worden gezet.  Het rode vierkantje, rechts onderaan elk venstertje, licht op wanneer het alarm van kracht is.

Melding bij eerste neerslag: Wanneer deze melding wordt ingeschakeld zal er bij de waarneming van neerslag een melding op het scherm verschijnen.  Wanneer er gedurende 1 uur geen neerslag meer wordt waargenomen zal bij de eerst volgende waarneming van neerslag terug de melding verschijnen.

Bliksemintensiteit: Er kan voor elke intensiteit een afzonderlijke melding worden gegeven.  Bij het bereiken van de overeenkomstige intensiteit zal er een waarschuwingsvenster worden weergegeven.

 

 

© Koen De Vuyst