Orkanen, tyfonen en cyclonen

 

Hoge bewolking: Cirrus (Ci):



Kenmerken
Cirrus zie je vaak in de vorm van haken, draden of strengen. Soms is cirrus verspreid over de hele hemel te zien. De wolken hebben een vezelachtige (of haarachtig) uiterlijk of een zijdeachtige glans, of beide. Als cirrus de vorm heeft van een aambeeld, dan zijn het vaak de laatste resten van het bovenste gedeelte van een cumulonimbus.

Voorspellende waarde
Cirrus is vaak een teken van stabiel weer. Wanneer cirrus oplost, duidt dat meestal op een overgang naar een beter weertype. Wanneer Cirrus zich over de hemel uitbreidt en dikker wordt, is er een verandering van het weertype op komst. Vaak gaat dit gepaard met een naderend warmtefront of een trog. Indien cirrus de vorm van een aambeeld heeft, is er grote atmosferische onrust. Dit kan de voorbode zijn van een slechter weertype.

 

Hoge bewolking: Cirrostratus (Cs):



Kenmerken
Cirrostratus is meestal zichtbaar als een hele dunne waas die de hemel bedekt. Het is een doorzichtige of doorschijnende, witachtige wolkensluier met vezelachtig (haarachtig) of effen uiterlijk, die de hemel geheel of gedeeltelijk bedekt. Regelmatig zijn er bij dit type bewolking prachtige optische verschijnselen te zien. Daarnaast komt Cirrostratus ook voor in combinatie met cirrus op verschillende niveau's en cirrocumulus. Cirrostratus ter hoogte van de horizon wordt vaak ten onrechte verward met Altostratus. Karakteristiek voor cirrostratus is dat het slechts langzaam voorbijtrekt en nauwelijks verandert van vorm.

Voorspellende waarde
Toenemende cirrostratus kondigt meestal een naderend warmtefront aan, of in ieder geval slecht weer. Cirrostratus gaat vaak gepaard met een weersverslechtering. Wanneer cirrostratus als een vliesje over de gehele hemel bedekt is, dan zit een weersomslag er voorlopig niet in.

 

Hoge bewolking: Cirrocumulus (Cc) :



Kenmerken
Cirrocumulus komt niet vaak voor. Deze bewolking ziet er vaak uit als golfjes in de lucht. Het doet vaak denken aan de ribbels op het strand bij eb. Het kan er echter ook uitzien als een net of als een bijennest (honingstructuur). Cirrocumulus is dun genoeg om te zien waar de zon of de maan staat.

Voorspellende waarde
Cirrocumulus geeft onstabiliteit aan in de hogere luchtlagen. Dit kan wijzen op het naderen van een storing, die binnen afzienbare tijd zijn invloed zal doen gelden. Het is zaak om de lucht te blijven bekijken om te zien hoe het uitpakt.

 

Middelbare bewolking: Nimbostratus (Ns) :



Kenmerken
Nimbostratus is dikker dan altostratus. Het ziet er uit als een vieze grijze massa, verspreid over de (gehele) hemel. De basis van de bewolking is ook lager dan bij altostratus. De bewolking is zelfs zo dik, dat het de zon afschermt. Onder het eigenlijke Nimbostratusdek komen vaak lage wolkenflarden voor.

Voorspellende waarde
Neerslag laat niet lang meer op zich wachten. Uit deze bewolking regent het vaak langdurig, of er valt wat motregen uit. Nimbo betekent regen.

 

Middelbare bewolking: Altostratus (As) :



Kenmerken
Dunne altostratus lijkt erg op cirrostratus. Het lijkt of er een dikke vlies over de hemel ligt en heeft een streperig, vezelachtig of effen uiterlijk. Bij altostratus schijnt de zon nog wazig door de bewolking heen, als een matglas. Deze bewolking heeft een wat grijs- of blauwachtige kleur, maar nooit wit. Op de grond zijn geen schaduweffecten meer zichtbaar. Tevens zijn er geen optische verschijnselen waar te nemen.

Voorspellende waarde
Langzaam wordt de bewolking dikker. Er is een weersverslechtering op komst. Mogelijk gaat deze bewolking aan storm vooraf.

 

Middelbare bewolking: Altocumulus (Ac) :



Kenmerken
Altocumulus bevindt zich vaak op één en dezelfde hoogte. Er is weinig niveauverschil. De wolkjes laten de zon nog redelijk goed door. Altocumulus is vaak wit of grijs, met enig schaduweffect. Het bestaat uit stroken, min of meer afgeplatte ballen, rollen, enz., die soms voor een deel een vezelachtig uiterlijk hebben of geen structuur vertonen en die al of niet gescheiden zijn. Tegen de avond kan de zon het een geelachtige kleur geven. Het is mogelijk dat er irisatie waargenomen wordt bij deze bewolking.

Voorspellende waarde
Wanneer altocumulus restanten zijn van een oude storing, dan duidt deze bewolking vaak op mooi weer. Door de invloed van een naderend hogedrukgebied is dit type bewolking dan aan oplossing onderhevig. Wanneer altocumulus gevormd wordt door uitbreidende cumulus, dan kan er binnen niet al te lange tijd een trog passeren. Daarachter klaart het vaak weer op. Altocumulus kan ook bestaan uit twee of meerdere lagen. Indien het zich uitbreidt en de zon er niet meer doorheen komt, dan volgt een regenstoring. Tijdens onstabiel weer krijgt altocumulus vaak de vorm van torentjes of kantelen. Vooral bij warm zomerweer is dit vaak een voorbode van een onweersstoring.

 

Lage bewolking: Stratocumulus (Sc) :



Kenmerken
Stratocumulus is grijs of wit en heeft altijd donkere delen. Soms ligt de stratocumulus bewolking in langgerekte parallelle banen naast elkaar. Dikwijls verschijnen er gaten in de bewolking. Stratus gaat vaak over in stratocumulus.

Voorspellende waarde
Stratocumulus bewolking markeert meestal een inversie, wanneer cumulus overdag uitspreidt. Cumuluswolken zijn dikwijls gelijktijdig aanwezig. Wanneer stratocumulus niet gevormd wordt door uitspreidende cumulus, dan duidt dit meestal op mooi en standvastig weer. Dit weertype is vaak van lange duur.

 

Lage bewolking: Stratus (St) :



Kenmerken
Stratus is een min of meer gesloten laag. Stratus kan ook voorkomen in flarden. Deze bewolking ziet er vaak donker en dreigend uit. Mist verandert vaak in een laag stratus door toenemende wind of stijgende temperatuur. Zeemist kan boven land overgaan in stratus. De zon en de maan is nog net door de bewolking zichtbaar.

Voorspellende waarde
Stratus produceert vaak niet meer dan wat lichte regen, motregen, ijsnaalden of motsneeuw. Deze bewolking gaat gepaard met cumulus fractus in geval van naderend slecht weer.

 

Lage bewolking: Cumulus (Cu) :



Kenmerken
Cumulus wordt ook wel aangeduid als "mooi weer wolkjes". Het zijn afzonderlijke, over het algemeen dichte wolken met scherpe omtrekken. Zij ontwikkelen zich in verticale richting in de vorm van kopjes, koepels of torens waarvan het bovenste, opbollende gedeelte dikwijls op een bloemkool lijkt. De door de zon beschenen delen van deze wolken zijn meestal verblindend wit. De onderzijde is betrekkelijk donker en vrijwel horizontaal (condensatieniveau). Soms ziet cumulus er gerafeld uit.

Voorspellende waarde
Cumulus duidt op stabiel, helder, zonnig en droog weer. Na een koufrontpassage wil cumulus nog wel eens snel toenemen. Wanneer cumulus snel een opbollende bovenkant krijgt, kan het uitgroeien tot een buienwolk.

 

Lage bewolking: Cumulonimbus (Cb) :



Kenmerken
Cumulonimbus is een zware en dichte wolk van flinke vertikale afmetingen, in de vorm van een berg of van een groep hoog oprijzende torens. Zijn bovenzijde is gewoonlijk effen of vezelachtig en bijna altijd afgeplat. Dit gedeelte spreidt zich vaak uit in de vorm van een aambeeld of een omvangijke pluim. Onder de basis van de wolk, die vaak zeer donker is, bevinden zich veelal lage wolkenflarden. Soms zijn vooral op afstand valstrepen te zien. Door de grote vertikale afmetingen (soms tot meer dan 10 km) is de karakteristieke vorm het best van een flinke afstand te zien.

Voorspellende waarde
Cumulonimbus geeft neerslag. Het is geen langdurig regenval, maar in de vorm van buien. Sommige exemplaren kunnen uitgroeien tot flinke onweersbuien. Cumulonimbus met aambeeld staat vaak garant voor heftige buien. Dit gaat dikwijls gepaard met hagel, onweer en windstoten. Dit gebeurt door het naderen van een "koude put" in de bovenlucht of het dichterbij komen van een trog.

 

Rolwolk :



Een rolwolk ziet eruit als een uitgestrekte witte wolk, veelal langs de voorzijde van een bui. De rolwolk kan voorkomen indien koude lucht die uit de daalstroom van de bui naar beneden komt, aan de voorkant langs het aardoppervlak uitstroomt en daar de warme, vochtige lucht optilt tot boven het condensatieniveau. De basis van een rolwolk is vaak lager dan de eigenlijke wolkbasis, doordat de lucht onder de bui erg vochtig is. Rolwolken kunnen een aanzienlijke horizontale afmeting hebben en komen soms ook na passage van een zware bui voor.

 

Shelfcloud :



Een afgeplatte wolkenlaag, die de voorzijde van het windstootfront van de bui markeert. Een shelfcloud ontstaat doordat het windstootfront van de bui de warme, vochtige lucht voor de bui tot boven het condensatieniveau optilt (dit dus een andere oorzaak heeft dan bij de rolwolk). Een shelfcloud wordt ook wel wolkenkraag of buienkraag genoemd.

 

Wallcloud :



Een uitzakking van de wolkbasis die soms zichtbaar is onder een sterk convectieve wolk. Wallclouds ontstaan veelal onder supercellen, waarbij ze soms langzaam ronddraaien. De wallcloud ontstaat onder een stijgstroom, zodat eronder meestal weinig neerslag valt. Een wallcloud wordt ook wel wolkenmuur of sokkel genoemd.

 

Tailcloud :



Een staartvormige wolkenmassa, die soms nabij de daalstroom van een bui, onder de wolkbasis, ontstaat. Het ontstaat wanneer zeer vochtige lucht van de daalstroom weer in de stijgstroom gezogen wordt, zodat de lucht opnieuw condenseert - dit keer lager dan de wolkbasis. Een tailcloud bestaat meestal uit fractus / pannus wolken, met weinig tot geen duidelijke structuur. Een tailcloud wordt ook wel wolkstaart genoemd.

 

Scud :



Vormeloze wolkrafel, door delen vochtigere lucht die onder een bui opstijgen. De verdamping van de neerslag zorgt er voor dat sommige delen lucht vochtiger zijn dan de omgeving.

 

Mammatus :



Gladde, min of meer bolvormige uitstulpingen onder het aambeeld van een bui. Mammatus kan voorkomen wanneer ijskristallen uit het aambeeld vallen, in de heldere lucht eronder verdampen, en zo de luchttemperatuur doen zakken. De koude lucht wordt dan zwaarder dan de omgeving, en er ontstaat een uitzakking aan het aambeeld. Mammatus kan een zeer fraai gezicht zijn, wanneer de bui juist even na zonsondergang nog op het aambeeld door de zon beschenen wordt: de mammatus kan dan vuurrood en vol met schaduwval te zien zijn.

 

Whale's Mouth :



De binnenzijde (achterzijde) van een shelfcloud, die soms een goed gevormde, regelmatige structuur vertoont, enigszins lijkend op mammatus, doch meer instabiel. Het is de scheidingszone van de koude daalstroomlucht en de warme vochtige lucht voor de bui. Het fenomeen kan zeer spectaculair zijn, even spectaculair als de shelfcloud zelf gezien vanaf de voorkant. Whale's Mouth wordt ook wel walvisgehemelte genoemd.
 

 

 

© Koen De Vuyst